zondag 16 maart 2025 om 19.00 uur

Domkerk
Voorganger(s): ds. Lennart van Berkel
Tekst(en): Exodus 34: 27-35 & Lucas 9: 28-36
Ouderling(en): Piet Buitelaar
Organist: Henri Sneller

Collecte: 1. diaconie, 2 de kerk
Locatie: Domkerk

Klik op de button om mee te luisteren   

Orde van dienst:
Thema: 
In het hemels licht
Orgelspel
WelkomIntochtspsalm 27: 2
Eén ding slechts kan ik van de Heer verlangen,
dit ene: dat zijn gunst mij eenmaal geeft
Hem dagelijks te loven met gezangen,
te wonen in zijn huis zo lang ik leef!
Hoe lieflijk straalt zijn schoonheid van omhoog.
Hier weidt mijn ziel met een verwonderd oog,
aanschouwende hoe schoon en zuiver is
zijn licht, verlichtende de duisternis.

Stil gebed
Bemoediging en groet
Psalm 27: 3
Hoe heeft Hij mij ten dage van het kwade
verborgen in het binnenst van zijn hut:
geen vijandschap ter wereld kon mij schaden,
de schaduw van zijn wolk heeft mij beschut.
Hij stelde mij als op een hoge rots,
het woelen van mijn vijanden ten trots;
daarom wil ik met vrolijk feestgerei
juichen voor Hem, want Hij bewaarde mij! –

Gebed
Lied 825: 5 + 7 + 8
Ja, Hij is elk van ons nabij,
hoe hemelhoog verheven;
in Hem bestaan, bewegen wij,
in Hem is heel ons leven.
Dat heeft Hij aan het licht gebracht:
de mensen zijn van zijn geslacht,
voorgoed met Hem verweven.

Want Hij die zozeer anders is
dan al wat wij vereren,
verscheen in de geschiedenis,
God zelf, de Heer der heren.
De eeuwen der onwetendheid
zijn om, – het is de hoogste tijd
tot Hem ons te bekeren.

God heeft zich zelf ons toegewend:
een man verscheen op aarde,
een mens, in wie Hij onherkend
zich aan ons openbaarde.
In Hem als in een tempel heeft
de God gewoond die eeuwig leeft,
de ongeëvenaarde.

Lezing uit het Oude Testament: Exodus 34: 27-35
27De HEER zei tegen Mozes: ‘Stel deze geboden op schrift, want op grond van deze geboden sluit Ik met jou en de Israëlieten een verbond.’ 28Veertig dagen en veertig nachten bleef Mozes daar bij de HEER, zonder te eten of te drinken. En de HEER schreef de tekst van het verbond, de tien geboden, op de platen.
29Mozes daalde de Sinai af, met de twee platen van het verbond bij zich. Hij wist niet dat zijn gezicht glansde doordat hij met de HEER had gesproken. 30Toen Aäron en de andere Israëlieten de glans op Mozes’ gezicht zagen, durfden zij niet naar hem toe te gaan, 31maar Mozes riep hen bij zich. Aäron en de leiders van het volk kwamen bij hem en Mozes sprak met hen. 32Daarna kwamen ook de andere Israëlieten. Hij droeg hun op zich te houden aan alles wat de HEER hem op de Sinai gezegd had. 33Toen hij uitgesproken was, bedekte hij zijn gezicht met een sluierdoek. 34Steeds wanneer Mozes voor de HEER verscheen om met Hem te spreken, deed hij de doek af, totdat hij weer naar buiten kwam. Als Mozes de Israëlieten dan zei wat hem opgedragen was, 35zagen zij hoe zijn gezicht glansde. Daarna bedekte hij zijn gezicht met de doek, totdat hij opnieuw met de HEER ging spreken.

Lied 542
God roept de mens op weg te gaan,
zijn leven is een reis:
‘Verlaat wat gij bezit en ga
naar ’t land dat Ik u wijs.’

Het volk van God was veertig jaar
– een mensenleven lang –
op weg naar het beloofde land,
het land van Kanaän.

Heer, geef ons moed en doe ons gaan
uw weg door de woestijn
en laat uw Zoon een laaiend vuur,
een nieuwe Mozes zijn.

Eer aan de Vader en de Zoon
en aan de heilige Geest,
God, die al voor de eerste mens
belofte zijt geweest.

Lezing uit het Nieuwe Testament: Lucas 9: 28-36
28Ongeveer acht dagen nadat Hij dit had gezegd ging Hij met Petrus, Johannes en Jakobus de berg op om te bidden. 29Terwijl Hij aan het bidden was, veranderde de aanblik van zijn gezicht en werd zijn kleding stralend wit. 30Opeens stonden er twee mannen met Hem te praten: het waren Mozes en Elia, 31die in hemelse luister verschenen waren. Ze spraken over zijn heengaan, de weg die Hij in Jeruzalem zou voltooien. 32Petrus en de beide anderen waren in een diepe slaap gevallen; toen ze ontwaakten, zagen ze de luister die Jezus omgaf en de twee mannen die bij Hem stonden. 33Toen de mannen zich van Hem wilden verwijderen, zei Petrus tegen Jezus: ‘Meester, het is goed dat wij hier zijn, laten we drie tenten maken, een voor U, een voor Mozes en een voor Elia,’ maar hij wist niet wat hij zei. 34Terwijl hij nog aan het spreken was, kwam er een wolk aandrijven die hen overdekte; toen de wolk hen omhulde werden ze bang. 35Er klonk een stem uit de wolk, die zei: ‘Dit is mijn Zoon, mijn uitverkorene, luister naar Hem!’ 36Toen de stem verstomd was, was Jezus weer alleen. Ze zwegen over het voorval en vertelden in die tijd aan niemand wat ze hadden gezien.

Lied 544: 1 + 3 + 5
Christus naar wie wij heten
heeft met zijn groot geduld
de wet en de profeten
ten einde toe vervuld.
Maar ons is aangezegd,
tot aan het eind der dingen
de uitgang te volbrengen,
de lange lijdensweg.

De duisternis te boven
al staat de nacht rondom,
zijn allen die geloven
dat Jezus is de zon.
Zij kiemen uit zijn graf,
zij bloeien uit zijn wonden,
zij worden uitgezonden
de nacht uit in de dag.

Het licht van alle stralen
komt uit zijn aangezicht,
zijn ster zal nooit meer dalen
en met Hem opgericht
verhogen zij de dag,
verhogen zij het leven
en roepen heil en zegen
over de aarde af.

Overdenking
Meditatieve stilte
Gezongen geloofsbelijdenis – NLB 305
Alle eer en alle glorie
geldt de luisterrijke naam!
Vier de vrede die Hij heden
uitroept over ons bestaan.
Aangezicht / vol van licht,
zie ons vol ontferming aan!

Alle eer en alle glorie
geldt de Zoon, de erfgenaam!
Als genade die ons toekomt
is Hij onze nieuwe naam.
Licht uit licht, / vergezicht,
steek ons met uw stralen aan!

Alle eer en alle glorie
geldt de Geest die leven doet,
die de eenheid in ons ademt,
vlam, die ons vertrouwen voedt!
Levenszon, / liefdesbron,
maak de tongen los voorgoed! 

Pastorale mededelingen
Dankgebed | Voorbeden | Stil gebed | Onzevader
Inzameling van de gaven
Slotlied 653: 1 + 4 + 7
U kennen, uit en tot U leven,
Verborgene die bij ons zijt,
zolang ons ’t aanzijn is gegeven,
de aarde en de aardse tijd, –
o Christus, die voor ons begin
en einde zijt, der wereld zin!

Gij zijt het licht van God gegeven,
een zon die nog haar stralen spreidt,
wanneer het nacht wordt in ons leven,
wanneer het nacht wordt in de tijd.
O licht der wereld, zie er is
voor wie U kent geen duisternis.

O Christus, ons van God gegeven,
Gij tot in alle eeuwigheid
de weg, de waarheid en het leven,
Gij zijt de zin van alle tijd.
Vervul van dit geheimenis
uw kerk die in de wereld is.

Wegzending en Zegen
Gezongen Amen


terug